1.Het witte canvas bewerk ik altijd met een gekleurde onderlaag
zoals hier met cadmiumrood en -geel met wat titaanwit. Met
behulp van een vlakverdeling heb ik een schets met houtskool
opgezet.
2.Met titaanwit zet ik de lichte delen op.
3.Voor de donkere delen gebruik ik rauwe omber met ultra-
marijn (koel) en gele oker met kraplak (warm).
4.Vormen van gebouwen en andere objecten krijgen een uit-
gesprokener karakter. Enkele bouwwerkjes in de 'benedenstad'
zijn verwijderd; ze bevielen me niet.
5.Ook de spoorlijn moest wijken. Het is beter voor de compositie
en er is meer ruimte voor schepen op het strand. Nieuwe
kleuren doen hun intrede en er is al wat aandacht voor
stofuitdrukking.
6.In de 'benedenstad' zijn weer twee huisjes toegevoegd, dat
maakt het geheel wat spannender. Ook beginnen de figuranten
een rol te spelen. Meer contrast links in de lucht en het water
maakt het beeld wat krachtiger.
7.De laatste fase van een schilderij duurt vaak het langst.
Kleine veranderingen en toevoegingen zullen het schilderij
'volwassen' maken.